Submitted by: De BuitenlandBeurs

‘Ik heb armoede gezien, maar ook vrienden voor het leven gemaakt’

Jente Verpoorten (21) uit Lommel (België) liep een halfjaar stage als leerkracht lager onderwijs op een school in een township in de Zuid-Afrikaanse stad Bela-Bela. Ze gaf les aan 10-jarige kinderen die nauwelijks konden rekenen of schrijven, zag veel armoede, maar maakte ook vrienden voor het leven.

Tijdens haar eerste stagedagen op de basisschool in het township van Bela-Bela kreeg Jente een cultuurshock te verwerken. Ze werkte als leerkracht in de vijfde klas en gaf les aan 10-jarige kinderen. Maar al snel merkte ze dat ze met veel van hen haar nauwelijks begrepen.

“Ik stond voor een grote klas van soms wel 70 kinderen, waarvan de meeste geen Engels spraken, maar een lokale Afrikaanse stamtaal. De leerlingen waren ook niet gewend om van blanke mensen les te krijgen. Ze stelden zich heel terughoudend op. Het was moeilijk om contact te maken.” De aanwezige lesboeken bleken ook nog eens veel te moeilijk voor de leerlingen. Jente besloot al snel dat ze moest improviseren.

“Voor de klas gaan staan en een standaard les afdraaien, zoals ik tijdens mijn opleiding leerde? Dat kon ik vergeten. Ik kon de kinderen alleen bereiken door ze één voor één bij me te roepen. Bij de één praatte ik met gebaren, bij de ander maakte ik tekeningen of liet ik prenten zien, en met sommige sprak ik een paar woordjes Engels. Ik ben in Zuid-Afrika veel creatiever geworden bij het lesgeven, ik kijk meer naar wat een individueel kind nodig heeft.

Avontuur

In totaal verbleef Jente vijf maanden in het Zuid-Afrikaanse Bela Bela om les te geven op de school in het township. Haar buitenlandse stage was een onderdeel van haar bachelor Leerkracht lager onderwijs aan de Hogeschool van Leuven. Ze koos in eerste instantie voor Afrika vanwege het avontuur. “Ik wilde altijd al stage lopen op het Afrikaanse continent, omdat het leven er niet te vergelijken is met dat in België. Je krijgt een breder beeld van de maatschappij, je ziet dat het niet vanzelfsprekend is dat kinderen onderwijs krijgen. De kinderen in het township leefden echt in armoede.”

Zelf woonde Jente niet in de sloppenwijk waar haar school stond. Ze verbleef met een groep van tien studenten uit België in een vakantiepark met bungalows. Ze had veel steun aan de andere stagiares die op het park verbleven. “Iedereen had een andere opleiding gedaan, er waren orthopedagogen, kleuterleidsters en leerkrachten hoger en lager onderwijs. Als ik niet wist hoe ik in mijn klas moest omgaan met bepaald gedrag van een kind, kon ik dat bijvoorbeeld voorleggen aan een orthopedagoog.”

Maar uiteindelijk vond ze op de school vooral haar weg door haar doelen bij te stellen. Vooraf had ze een beeld in haar hoofd waarbij ze de kinderen volgens Belgische normen zou leren rekenen, lezen en schrijven. Dat bleek al snel onhaalbaar in vier maanden.

“In het begin probeerde ik rekentoetsen af te nemen uit de rekenboeken. Van de kinderen werd verwacht dat ze al tot 1000 konden tellen en rekensommen konden maken. Maar de meeste konden nog helemaal niet rekenen, voor sommige was tot tien tellen al lastig. Bij een toets pakten ze stiekem rekenmachines onder de tafel, of ze weigerden mee te doen. Ik besloot al snel om de lesmethode los te laten.”

Betere resultaten

Vanaf het moment dat ze de kinderen eenmaal individueel begon te begeleiden, begon ze betere resultaten te boeken. Ze leerde haar leerlingen simpele Engelse zinnetjes en basale rekenvaardigheden. “Sommige kinderen van tien of elf jaar wisten bijvoorbeeld niet wat het plusteken precies betekende en hoe je twee getallen bij elkaar optelde. Voor mij was dat ongelooflijk. Maar toen ik over mijn verbazing heen was, besefte ik ook dat ik in een bevoorrechte positie zat. Als je kinderen zulke vaardigheden leert, maak je een groot verschil in hun leven.”

De armoede in Bela Bela maakte grote indruk op Jente. Samen met de andere Belgische studenten ging ze elke dag op de fiets naar het de school, ze reed dan dwars door het township. Onderweg hielden mensen haar vaak aan. “Ze riepen: ‘kijk hoe ik woon, ik heb weinig te eten, help me alsjeblieft!’ Dat moet je van je afzetten: je kunt niet iedereen helpen.” Maar ze werd ook uitgenodigd bij mensen die juist vol trots hun uit golfplaten opgetrokken huizen lieten zien. “Zo werden we binnengeroepen bij een vrouw die met haar gezin in een piepklein huisje leefde met alleen een bed, een tafel en twee stoelen. Alles stond in dezelfde ruimte. Maar ze was enorm blij dat wij op bezoek kwamen.”

Onveilig voelde Jente zich nooit in het township, ook al werd ze vaak nagewezen door mensen. “Er heerste een gevoel van: deze mensen zijn uit België gekomen om onze kinderen te onderwijzen. Iedereen was heel vriendelijk en behulpzaam.”

Kinderen met een beperking

De meest bijzondere ontmoeting in Zuid-Afrika had Jente echter niet in het township. Naast haar stage op het schooltje deed ze vrijwilligerswerk in een centrum voor kinderen met een beperking. Ze gaf er les aan vijftig jonge bewoners, allemaal gekluisterd aan een rolstoel.

“Ze werden min of meer verborgen gehouden in een groot huis met een hek. De maatschappij had ze voor mijn gevoel afgestoten. De kinderen werden verzorgd door acht begeleiders, maar dat was veel te weinig. Ze kregen nauwelijks onderwijs. De lessen die ik in dat huis heb gegeven, hebben diepe indruk op me gemaakt.”

Het zorgde voor een belangrijke wending in haar carrière. “Ik heb nu in België een baan aangenomen in het speciaal onderwijs, terwijl ik daarvoor altijd dacht dat ik in het reguliere onderwijs wilde werken. Mijn tijd in Zuid-Afrika heeft me doen inzien dat alle kinderen recht hebben op onderwijs dat op hen is toegespitst, in welke omstandigheden ze ook opgroeien, en hoe groot hun beperking ook is. Dat gevoel is heel sterk bij mij.” Maar ook privé heeft ze veel overgehouden aan haar periode in Zuid-Afrika. “De andere studenten waarmee ik in het vakantiepark zat zie ik nog steeds regelmatig, zo om de twee maanden. Door de ervaring in Bela Bela zijn we denk ik vrienden geworden voor het leven.”

 

Add new comment