Interview Arnaud Coel

Naam: Arnaud Coel
Leeftijd: 21
Bestemming: Washington, Verenigde Staten
Bijzonder: Liep stage bij een bekende denktank in Washington

“Ik wil later graag in Amerika werken, maar mijn Belgische paspoort geef ik nooit op.”

Arnaud Coel werkte drie maanden lang op een steenworp afstand van het Capitool in Washington. Hij liep na zijn studie toegepaste informatica in Brussel stage bij één van de meest gerenommeerde denktanks ter wereld, The Brookings Institution.

Van poster-ophanger tot systeemontwerper – als je carrière wilt maken in Amerika kan het snel gaan. Dat ontdekte Arnaud Coel (21) aan het begin van zijn stage bij het Brookings Institution, een bekende denktank in Washington. “Een van mijn eerste opdrachten was om posters over phishing op te hangen in de kantoren”, vertelt hij. “Op de posters werd gewaarschuwd voor e-mails van oplichters die mensen probeerden te verleiden om geld over te maken. Een paar medewerkers waren daar ingetrapt.

Terwijl Arnaud de papieren op de muur plakte, kreeg hij een idee. “Ik bedacht opeens een veel betere manier om phishing te bestrijden dan die posters. Het leuke van Amerika is dat je niet geforceerd bescheiden hoeft te zijn, dus ben ik op mijn baas afgestapt. En die reageerde meteen enthousiast.” Een dag later werd Arnaud gepromoveerd tot systeemontwerper. “Ik ontwierp een systeem waarmee ik zelf fake e-mails stuurde naar medewerkers waarin ik ze uitnodigde om geld over te maken. De mensen die erop klikten, moesten een verplichte training tegen phishing volgen.”

Hard werken
Arnaud verbleef in totaal drie maanden in de Verenigde Staten. Hij nam deel aan een programma van Het Washington Center, een nonprofitorganisatie die onderwijs en werkervaringsplekken aanbiedt aan getalenteerde studenten uit de hele wereld.

Arnaud meldde zich aan, omdat hij van jongs af aan al is gecharmeerd van de Amerikaanse mentaliteit in het bedrijfsleven. “De cultuur past gewoon goed bij me. In Amerikaanse bedrijven hoef je niet om dingen heen te draaien. Als je een kans ziet, kun je die pakken. Straight tot the point, no bullshit, heel anders dan in België.”

Hard werken was het wel. Het Washington Center regelde niet alleen een stage voor hem bij het Brookings Institute, maar schotelde hem ook een intensief lesprogramma voor. Naast zijn IT-werk volgde Arnaud colleges over leiderschap, internationaal recht en criminologie. Hij deed het met plezier. “In België heb ik toegepaste informatica gestudeerd, maar ik wil later graag leiding gaan geven bij een groot bedrijf, dus die lessen kwamen me goed van pas. Ik was tijdens het programma gemiddeld ongeveer zestig uur in de week in touw, maar het was het waard. Ook dat harde werken hoort natuurlijk bij de Amerikaanse cultuur.”

Toch vond hij het niet altijd makkelijk om zich staande te houden op de Amerikaanse kantoorvloer. In het Brookings Institute moest hij wennen aan de zelfstandigheid die van hem werd verwacht. “Ik werd al snel in het diepe gegooid. Ze gaven me een hele berg gegevens over het instituut: van de hoeveelheid energie en water die werd verbruikt in de kantoren, tot de gemiddelde duur van projecten van medewerkers en het aantal werknemers dat elk jaar vertrok. Ze zeiden: doe er maar iets nuttigs mee. In het begin was het overweldigend. Uiteindelijk besloot ik software te schrijven die de verschillende gegevens van het instituut beter zouden verwerken en combineren, zodat ze beter inzicht hadden in de kosten.”

Ook aan het werken in een grote, gerenommeerde organisatie moest Arnaud wennen. Het Brookings Institute bestaat al honderd jaar en er werken meer dan 300 experts die advies uitbrengen aan de Amerikaanse overheid. “Ik trek graag mijn eigen plan als ik software ontwerp. Maar bij Brookings zeiden mensen soms: dat kan niet zo, wij doen dat al 30 jaar op een andere manier. Ik heb geleerd dat je je in zo'n situatie soms moet aanpassen.”

Op de fiets langs het Capitool

Tijd voor ontspanning vond Arnaud vooral in de avonduren. Vaak nam hij dan een kijkje in het centrum van Washington, dat op een steenworp afstand lag van het appartement dat hij deelde met drie huisgenoten. Zijn favoriete bestemming was het Capitool, het twee eeuwen oude gebouw waar de Amerikaanse Senaat en het huis van Afgevaardigden zetelt. “Ik reed vaak 's avonds op de fiets langs het grote grasveld bij het Capitool. Dat was altijd prachtig verlicht. Het had een bepaalde sfeer, je proefde er geschiedenis. De wetenschap dat alle Amerikaanse presidenten daar hun eed afleggen, gaf de plek iets extra's.”

Maar Arnaud zag tijdens zijn verblijf ook de andere kant van Amerika. Als hij onderweg was naar zijn werk in Washington liep hij vaak langs bruggen waar tentjes onder stonden van Amerikanen die in de schulden waren geraakt. “Dat was bizar om te zien. Soms maakte ik een praatje met ze. Het waren doodnormale mensen, meestal ook netjes gekleed. Ze waren hun baan kwijtgeraakt, waardoor ze hun huis niet meer konden betalen. Dan kom je in de Verenigde Staten gewoon op straat te staan. Dat is de andere kant van die cultuur waarin iedereen zijn eigen boontjes moet doppen. Op die momenten was ik blij dat ik in België ben opgegroeid, waar je een sociaal vangnet hebt. Ik wil later graag in Amerika werken, maar mijn Belgische paspoort geef ik nooit op."

En zelfs als hij uiteindelijk geen baan vindt in Amerika, zal zijn buitenlandavontuur van grote waarde zijn in de rest van zijn carrière. Daar is Arnaud van overtuigd. “Het verblijf in Washington was niet goedkoop. Maar elke euro die ik erin heb gestoken was het waard. Gewoon het feit dat ik op mijn cv kan zetten dat een paar maanden in Washington heb gewerkt is al super. Maar voor mezelf weet ik al bijna zeker: ik ga op een dag terug.”